terug
meer foto's op www.pbase.com
Nieuw Holland

In de 17e eeuw is Brazilië drie decennia lang deels bezet geweest door De West Indische Compagnie(WIC). Met name in het noordoosten van Brazilië (Nordest)e zijn nog vele sporen hiervan te vinden.

De periode van Graaf van Nassau genaamd Johan Maurits van Nassau-Siegen en bijnaam 'Maurits de Braziliaan' was één van de succesvolste experimenten van het Europese optreden. Al in de 16e eeuw werd het Braziliaanse noordoosten(Nordeste) als belangrijk producent van brazielhout en suiker, destijds als handelswaar hoog gewaardeerd, opgenomen in de internationale handelsroutes.

De Hollandse zeevaarders en piraten, hoofdrolspelers in de internationale handel, zetten al vroeg voet op Braziliaanse bodem. Al in de 17e eeuw hadden twee stedelijke centra hun bijzondere aandacht: Salvador, in Bahia, destijds de hoofdstad van het Brazilië, en Olinda in Pernambuco.

De eerste poging tot verovering door de Hollanders in Brazilië, waar de legendarische Piet Hein aan deelnam, bestond uit de éénjarige bezetting van Bahia in 1624. Later kwam diezelfde Piet Hein, samen met Witte de With en anderen terug om Salvador wederom aan te vallen. Ze beperkten zich echter tot het in beslag nemen van een groot aantal schepen volgeladen met producten van het land. Een latere en beter georganiseerde campagne resulteerde in 1630 in de verovering van Olinda, de hoofdstad van de bloeiende kapiteinschap Pernambuco. Deze regio was rijk aanbrazielhout(een soort hout dat onder de naam “Pernambuco” tot op heden nog wordt gebruikt voor de bouw van strijkstokken). Het was ook het belangrijkste gebied van suikerproductie ter wereld en het centrum op het gebied van handel, religie en kunst van het Braziliaanse Noordoosten.

Met de verovering van Olinda kregen de bezetters de controle over de stad, over het dorp in de nabijheid van de haven van Recife en over vele suikermolens(engenhos)in de omgeving. De verovering van Itamaracá(Fort Oranje), eiland bij Recife en Alagoas(1635) waren de volgende stappen om tot beheersing van het gehele gebied te komen. Met uitzondering van Bahia, werd dit doel echter pas in de tijd van Graaf van Nassau bereikt. Johan Maurits van Nassau was een achterneef van Willem de Zwijger.

Op 26 januari 1637 zette hij voet op Braziliaanse bodem met als opdracht de Portugezen te verjagen. Voor deze missie had hij slechts 350 soldaten tot zijn beschikking. In de jaren ervoor hadden landgenoten de Portugezen reeds hun leven zuur gemaakt(zoals Piet Heyn in de Allerheiligenbaai van Salvador de Bahia). Maurits verzon een list om de Portugezen te verslaan. Hij sloot een bondgenootschap met de Tapoeia-indianen en gezamenlijk versloegen ze de Portugezen binnen een maand nadat Maurits in Brazilië was gearriveerd. Hij mocht zich nadien gouverneur van “Nieuw-Holland” noemen. Onder zijn bewind vestigde zich een grote joodse gemeenschap in Recife, in Pernambuco. Voor de West-Indische Compagnie brachten de suikerplantages en de slavenhandel zeer veel geld op.

Maurits liet op een eiland in de Beberibe-rivier, even buiten het overvolle Recife, een nieuwe stad bouwen: Mauritsstad(Mauritiopolis) rondom zijn met keizerlijke grandeur vormgegeven paleis Vrijhof. Deze bevatte ondermeer een omvangrijke bibliotheek en een museum met meer dan 270 opgezette apen.

Maurits kreeg op den duur te maken met tegenslagen. De Portugezen werden echter niet verdreven uit Salvador. Een amoureuze escapade werd Maurits fataal en in 1643 werd hij ontzet als gouverneur. Luitenant-generaal Van Schoppe en admiraal Witte de With volgden Maurits op. Ze kregen te maken met gevoelige nederlagen, en werden gedwongen te capituleren op 26 januari 1654(Campina do Taborda). De Nederlanders onderhielden een goede relatie met de Portugese winnaars en verdienden hun stevig belegde boterham met de suiker- en slavenhandel. Mauritiopolis bestaat niet meer, de stad was uit strategische overwegingen reeds door de Nederlanders met de grond gelijk gemaakt.

De zevenjarige regeringsperiode van Maurits van Nassau(1637-1644) blijft tot op heden in de Braziliaanse herinnering als een Gouden Tijd. In die jaren kwam het tot een wapenstilstand tussen de bezetters en de Portugees-Braziliaanse guerillastrijders en er ontstond een in de tropen ongekende civilisatie. Zich verzettend tegen de alleen op handelsgebied gerichte belangen van de WIC, zette de graaf zich vooral voor een vreedzaam samenleven met de lokale bevolking, inclusief en vooral met de heren van de suikermolens. Tevens stelde hij de vrijheid van geloof in zodat papisten, calvinisten en joden in harmonie konden samenleven en werken. Nassau was bovenal een grote mecenas die in zijn gevolg een schare aan wetenschappers, cartografen, kunstenaars en administrateurs naar het Noordoosten van Brazilië meenam. Deze zorgden ervoor dat zijn Mauritsstad(het huidige Recife) een nog nimmer eerder op het Amerikaanse continent vertoonde grootsheid en glans kreeg. De Mauritiaanse periode kenmerkte zich door geheel nieuwe en in de Nieuwe Wereld ongehoorde experimenten. Mauritsstad werd gebouwd volgens een stedelijke ontwerp van Pieter Post en op basis van de nieuwste ontwikkelingen van die tijd. De eerste botanische tuin en de eerste dierentuin op het Amerikaanse continent werden er aangelegd. De eerste systematische meteorologische berekeningen werden er gemaakt en er werden de eerste astronomische observaties met Europese telescopen op het Amerikaanse continent gedaan. Het was ook daar dat het eerste parlement bijeen kwam.

Het was in het Recife van graaf van Nassau dat aan de Jodenstraat, de huidige Rua do Bom Jesus, de eerste, recentelijk gerestaureerde synagoge - Sinagoga Kahal Zur Israel op het Amerikaanse continent verrees. Deze was bestemd voor de Portugese sefardische joden die zich hadden gevestigd in Amsterdam nadat ze waren gevlucht voor de brandstapels van de Inquisitie. Sinds de zestiende eeuw waren zij betrokken bij de financiering en leiding van de Braziliaanse suikermolens en bij de verhandeling van de suiker. Tevens namen ze actief deel aan de handel in brazielhout, katoen, leer en andere koloniale producten. Aan het einde van de Hollandse periode waren het joden uit Recife die de eerste Joodse congregatie in New York stichtten.

Graaf van Nassau heeft twee jonge kunstschilders naar Brazilië meegenomen die de belangrijkste kunstzinnige erfenis van de koloniale tijd hebben nagelaten: Frans Post(schilder van de 'Suikermolen' en broer van Pieter Post) en Albert Eckhout(schilder van 'De mensen'). Met het schilderen van de landschappen van het Noordoosten, de mensen, de rijke fauna en flora, de suikermolens, de monumenten, de ruïnes na de brand in Olinda, hebben Post en Eckhout een oeuvre gecreëerd dat zijn weerga niet kende. In Nederland zijn enkele zeer expressieve voorbeelden van de schilder te zien in het Mauritshuis te Den Haag. Behalve het werk van Post en Eckhout, is door het cartografisch werk van mensen zoals Johannes Vingboons en Cornelius Golijath de kennis van de Braziliaanse kusten duurzaam vastgelegd. De Atlas van Johannes Vingboons(1665) vormt het hoogtepunt van de Hollandse cartografie in het Brazilië van de zeventiende eeuw. George Marcgrave was de auteur van de gedetailleerde kaarten die deel uitmaken van het oeuvre van Caspar Barlaeus 'Rerum per octenium in Brasilia'(1647), een complete weergave van de verrichtingen van graaf van Nassau, wordt beschouwd als 'het mooiste boek dat is uitgegeven over de Braziliaanse koloniale tijd'. De beroemde Johan Blaeu heeft in 1643 eveneens een wandkaart uitgegeven onder de titel 'Brasilia qua parte paret Belgis',gebaseerd op Marcgrave en voorzien van vignetten van Frans Post, met de tot dan toe meest gedetailleerde beschrijving van de Braziliaanse kusten. George Marcgrave en de wetenschapper Willem Piso hebben verder de meest uitgebreide inventaris van de fauna en flora, de 'Historia Naturalis Brasiliae' nagelaten die op het Amerikaanse continent tot de negentiende eeuw beschikbaar was.

Het paleis Vrijhof, gebouwd door de graaf als residentie in Recife, was het belangrijkste civiele gebouw in het Brazilië van toen. Het paleis van de Gouverneur van Pernambuco staat tot op heden op dezelfde plek. Een ander paleis, het Boa Vista-paleis, vormde eveneens een architectonisch hoogtepunt in Brazilië(beide zijn later helaas afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw). De brug die men vandaag kent als de Maurits van Nassaubrug, is oorspronkelijk door de graaf gebouwd met 15 stenen en 10 houten pilaren. Hij gebruikte hiervoor fondsen die hij had verkregen op basis van de beroemde episode van “De Vliegende Koe”. Deze fondsen leverden in totaal ongeveer 20.800 gulden op voor de schatkist van de WIC. Hij bouwde nog een tweede brug over de Capibariberivier en zorgde voor ontginning van de in de delta van Recife zo karakteristieke moerassen en inhammen.

Zoals men kan zien, was de periode van graaf van Nassau synoniem voor een goed bestuur, de urbanisatie, de bruggen- en monumentenbouw, de nog niet eerder voorgekomen vrijheid van godsdienst, de omvangrijke en belangrijke kunstzinnige en wetenschappelijke nalatenschap, de financiering en verhandeling van de suikerproductie.

Desalniettemin veroorzaakten het mislukken van de aanval op Salvador, het standpunt van de WIC dat graaf van Nassau een dure ambtenaar was, evenals de pogingen van de graaf om de handelsmonopolie van de Compagnie te beperken, onenigheid tussen beide partijen. Graaf van Nassau diende zijn ontslag in en keerde in 1644 naar Nederland terug. De humanistische graaf, later Prins van het Heilige Romeins-Germaanse Keizerrijk, sleet zijn dagen als stadhouder van Kleef, in Duitsland. Hij wordt in Brazilië nog steeds herinnerd als de eerste democratisch gouverneur, een verlicht man en vriend van de kunsten, de ontwerper van een in de koloniale geschiedenis onovertroffen plan.

Het Mauritshuis in Den Haag, destijds bekend als het 'Suyckerhuys'(meer info op www.slavenhaler.nl) en thans één van de beste kunstmusea ter wereld, is het bewijs van de grootsheid van deze man. Hij geniet echter weinig bekendheid in Nederland. Zijn verblijf in Pernambuco dient echter als belangrijkste referentiepunt van Holland in Brazilië en is voor een deel van de Braziliaanse bevolking reden tot bewondering. Recife, één van de meeste belangrijke steden in Brazilië, staat tot op heden bekend door de bijnaam 'Cidade Maurícia'(Mauritsstad) en ziet in Maurits van Nassau het grote voorbeeld van een gouverneur.

Na 1644 werd Maurits van Nassau vervangen door weinig getalenteerde bestuurders. In 1640 herkreeg Portugal de onafhankelijkheid die het land in 1580 had moeten prijsgeven aan Spanje. De prijzen van de suiker ondergingen een scherpe daling op de Amsterdamse Beurs. De Luso-Brazilianen(Brazilianen van Portugees voorgeslacht) hervatten hun guerilla-activiteiten en vormden uiteindelijk een leger. Al deze factoren resulteerden in de verdrijving van de Hollanders dat werd bekrachtigd met de capitulatie(Campina do Taborda) op 26 januari in 1654. Troepen bestaande uit Braziliaanse en Portugese soldaten, indianen, negers, mulatten en mestiezen, overwonnen de Bataven(Hollanders) zonder hulp van Portugal. Deze overwinning wordt beschouwd als de eerste uiting van een kenmerkend Braziliaans karakter en gevoel. Deze oorlog gaf vorm aan het ontstaan van het vaderland en de datum van de eerste slag van Guararapes, 19 april 1648, is tot op heden de Dag van het Braziliaanse Leger en soldaat - Dia do Exército Brasileiro e do Soldado.

De ontknoping van het Hollands-Braziliaanse tijdperk kwam in 1703. In verband met de alliantie die werd gesloten tussen Portugal, de Nederlanden en Engeland tijdens de Spaanse successieoorlog – heeft Portugal schadevergoeding betaald aan de WIC en kwam Brazilië weer onder Portugese heerschappij te staan. Maar de banden bleven voor altijd bestaan. Hoewel het nooit veel aandacht van de Nederlandse geschiedschrijving heeft gekregen, blijft het tijdperk van Johan Maurits van Nassau voor Brazilië een exceptioneel en in de geschiedenis van het land een exceptioneel en zeer gewaardeerd moment.

Wat zou er gebeurd zijn als niet Portugal, maar Nederland de strijd had gewonnen?

Volgens Fernando Rosa Ribeiro, een antropoloog verbonden aan de Universiteit van São Paolo, hebben de Nederlanders fors bijgedragen aan de Braziliaanse identiteit. Zij waren immers de eerste externe vijand, waartegen de Portugezen, de zwarte slaven en de indianen gezamenlijk hebben gevochten. En toch worden de Nederlanders uit die tijd in Brazilië opgehemeld, ze worden beschouwd als grote humanisten. Velen vragen zich nog af wat er van Brazilië zou zijn terechtgekomen als het land in Nederlandse handen was gebleven. Ze zien hun land als een arm land, dat is uitgeknepen door de Portugese overheersers. Ze zien dat andere Portugese kolonies als Angola en Moçambique er zeer beroerd voorstaan. Aan de andere kant hebben Indonesië en Suriname het ook niet erg breed op dit moment. Het is blindweg speculeren.

Nederlandse forten/steden op een rijtje

*capital: Mauritsstad: (Fort Ernestus, Fort Ernest, Fort Altena, Fort Waerdenburgh, Fort Driehoek)

* Recife: Fort Bruyn/Fort do Brun, Fort Buraco, Fort S. Antonio do Buraco

* Frederiksstad

* Boavista: Forte Cinco Pontas, Fort Vijfhoek, Fort Frederik Hendrik

* Fort Ghijsselingh

* Itamaracà island, Tamaraca, Tamarica: Fort Oranje

* Schoppestad, Van Schoppe stad, Nossa Senhora da Conceicao (Vila Velha)

* Fortaleza: Fort Schoonenburg, Fort Siara

* Fort Waerdemburgh

* Fort Ceulen/Reis Magos

* Sao Salvador da Bahia (10 May 1624-30 Apr. 1625 to Portugal)

* Fort Nassau

terug
meer foto's op www.pbase.com